Menu
EU verwaarloost consumentenrechten inzake elektrische laadpalen

EU verwaarloost consumentenrechten inzake elektrische laadpalen

- Brussel
Verkeer
8 min. leestijd

Kris Peeters vraagt aan Dan Nica en Didier Reynders, commissarissen in spe voor Transport en Consumentenrechten, om zo snel mogelijk met een ‘delegated act’ duidelijkheid te verplichten voor de prijs van elektrische oplaadbeurten. 

Kris Peeters: “Een duidelijke prijsvergelijking voor oplaadbeurten komt de consument alleen maar ten goede. Verschillende bestaande Europese richtlijnen beschermen dit recht dan ook. Toch blijft het in vele landen, waaronder België, koffiedik kijken hoeveel het opladen aan een elektrische laadpaal zal kosten. Het gemiddelde tarief bedraagt bijvoorbeeld in België 0,31€/kwh, maar de laadbeurt kan makkelijk tot 3 keer duurder zijn. Daarom moeten de verantwoordelijke commissarissen de bestaande richtlijnen afdwingen en zorgen voor een éénduidige, visuele prijsvergelijking. Laadpalen moeten via een infoscherm de verschillende prijsonderdelen duiden (prijs per kwh, prijs per minuut laden, startkost, ‘laadpaalkleverskost’...). Ook moeten consumenten bij na het inpluggen van de wagen weten hoeveel een half uur, uur, 2 uur laden zal kosten. De populariteit van elektrische wagens neemt enkel toe en de vraag naar publiek laden, stijgt, dus we kunnen deze problematiek niet langer negeren.”

Elektrische wagen in de Eu: de cijfers

In 2018 werden er 15.2 miljoen personenwagens ingeschreven in de Europese Unie, dit staat voor 19% van de wereldwijde inschrijvingen (78.7 miljoen). Hiervan was 56,7% benzine aangedreven, 35,9% diesel en 2,0% elektrisch (2017: 1,5%, 2016: 1,1%, 2015: 1,1%). Tegen 2030 zou dit stijgen tot 50%. Momenteel is 0,2 procent van de totale vloot van personenwagens in de EU elektrisch aangedreven (2030: 26%).

In de eerste helft van 2019 is de EU-markt voor nieuwe auto's verder verschoven naar benzinevoertuigen. Benzine vertegenwoordigt nu bijna 60% van alle inschrijvingen van nieuwe personenauto's, terwijl de vraag naar diesel bleef dalen tussen januari en juni. Elektrisch oplaadbare voertuigen (ECV) waren goed voor 2,4% van de totale verkoop van nieuwe auto's in de hele regio, terwijl alle alternatief aangedreven voertuigen (APV) samen goed voor 8,9% van de EU-markt.

Van januari tot en met juni 2019 zijn de inschrijvingen van personenauto's met een alternatieve aandrijving in het Europese Unie sterk gegroeid (+27,5%). Er werden 197.813 elektrisch voertuigen (batterij, plug-in hybrides, hybrides) geregistreerd, een stijging van 37,8% ten opzichte van de vorige jaren (+27,5%). De verkoop van elektrische voertuigen op batterijen is bijna verdubbeld (+90,9%), terwijl de vraag naar plug-in hybrides daalde in de eerste zes maanden van 2019 (-6,9%). Hybride elektrische voertuigen (HEV) boekten sterke resultaten (+36,5%), met 398.915 verkochte eenheden vanaf januari tot juni van dit jaar. De inschrijvingen van LPG- en aardgasauto's daalden echter licht in de loop van het eerste semester (-3,4%), voornamelijk door een daling van de vraag naar aardgasvoertuigen (NGV) met 35,3%.

Noorwegen is koploper inzake elektrische wagens: 39 % verkochte voertuigen is elektrisch, 6,4% van totaal wagenpark is elektrisch (2017).

Afhankelijk van het beleid zullen tegen 2030 wereldwijd 125-230 miljoen elektrische wagens rondrijden.

De Europese auto-industrie investeert jaarlijks zo’n 57,4 miljard euro in onderzoek en ontwikkeling (28% van totaal Europese investeringen O&O). Tegen 2025 worden er meer dan 350 verschillende elektrische modellen gelanceerd.

Verwachtingen over laadinfrastructuur

Waar momenteel nog 75% thuis wordt opgeladen zal dit tegen 2030 zakken tot 40%. Publiek laden (openbare parkings, bij grootwarenhuizen, ondergrondse parkings...) en laden op bedrijfsterreinen zullen sterk groeien.

Nederland heeft de meeste publieke laadpalen voor elektrische auto's in de Europese Unie (EU). Van alle publieke laadpunten, stond eind juni 2018 maar liefst 28,1 procent in Nederland (NL 32.875 laadpunten, DE 25.241, FR 16.311, UK 14.256, BE 3047). In totaal staan er ongeveer 118.000 publieke laadpalen in de EU, dit aantal stijgt elke dag. Tussen januari 2010 en juni 2018 is het aantal laadpalen in Nederland gegroeid van 400 naar 122.036.

Weetje: begin 1900 was ongeveer één derde van het wagenpark elektrisch aangedreven.

Cijfers in Vlaanderen

In de eerste helft van 2019 werden 3.452 elektrische wagens ingeschreven in Vlaanderen. Dat is, op een half jaar tijd, meer dan tijdens het volledige afgelopen jaar: in 2018 werden 2.658 batterij elektrische wagens aan de vloot toegevoegd. Er werden ook twee waterstofwagens en 1.521 CNG-wagens ingeschreven. Als we de plug-in hybriden hierbij optellen, komen we aan een totaal van 7.821 nieuwe milieuvriendelijke wagens in Vlaanderen. Dit vertegenwoordigt een marktaandeel van 4.15 %. De verkoop zal de komende jaren verder toenemen door verschillende elementen: aanpassing kader bedrijfswagens, fiscaal voordeel aankoop elektrische wagens (Vlaams regeerakkoord), groter aanbod elektrische wagens, daling prijs elektrische wagens.

Elektrische wagens en plug-in hybriden wagens dienen worden opgeladen via het elektriciteitsnetwerk. Bijna de helft van die laadpalen (zo’n 4.500) staat op bedrijfsterreinen, een klein derde (3.047) van het laadpaalpatrimonium is openbaar en het resterende kwart (2.500 dus) zijn speciale stopcontacten bij particulieren (cijfers begin 2019).

Gebrek aan wetgeving

Uit onderstaande informatie blijkt duidelijk dat de prijsaanduiding omtrent het opladen van elektrische wagens de wensen overlaat. Voor de consument is het zeer moeilijk om in te schatten hoeveel een laadbeurt zal kosten. Zonder het gebruik van een smartphone met specifieke applicatie is dit in de meeste gevallen zelfs onmogelijk. Terwijl het toch mogelijk is de laadinfrastructuur te gebruiken zonder applicatie via bv. het gebruik van badge. Daarnaast is het voor sommige laadpalen (afhankelijk van aanbieder) noodzakelijk een specifiek account aan te maken vooraleer er gebruik van de laadpaal kan worden gemaakt. De interoperabiliteit tussen verschillende aanbieders is op dit moment ondermaats (ten gevolge van hevige concurrentiestrijd).

In het kader van de klassieke tankstations bestaat wetgeving omtrent de prijsaanduiding (KB van 23/11/1984 betreffende de aanduiding van de prijs van motorbrandstoffen: Artikel 1. De werkelijk gevraagde eenheidsprijs van de motorbrandstoffen te koop aangeboden door de personen bedoeld in artikel 2, § 1, van de wet van 14 juli 1971 betreffende de handelspraktijken, wordt steeds aangeduid op de draaischijf van de pompen bestemd tot de bevoorrading van de voertuigen). Dergelijke wetgeving bestaat niet voor elektrische laadinfrastructuur waar moeten worden teruggevallen op het algemeen (consumenten)recht.

Op basis dit consumentenrecht (Richtlijn 2011/83, art. 5; art. VI.2 WER) is het verplicht de totale prijs voor de contractsluiting kenbaar te maken, behalve wanneer deze prijs redelijkerwijs niet vooraf kan berekend worden. Deze laatste uitzondering kan van toepassing worden verklaard op het opladen van een elektrische wagen.

Daarnaast verplicht richtlijn 2014/94 betreffende de uitrol van infrastructuur voor alternatieve brandstoffen aan lidstaten op om:

art. 4.9 Alle publiek toegankelijke oplaadpunten moeten gebruikers van elektrische voertuigen ook een ad- hoc oplaadmogelijkheid bieden zonder dat een contract moet worden gesloten met de betrokken elektriciteitsleverancier of exploitant.

art. 4.10 De lidstaten zorgen ervoor dat de prijzen die aangerekend worden door de exploitanten van oplaadpunten redelijk, gemakkelijk en duidelijk te vergelijken, transparant en niet-discriminerend zijn.

Ons voorstel

Laadpalen moeten via een infoscherm de verschillende prijsonderdelen duiden (prijs per kwh, prijs per minuut laden, startkost, ‘laadpaalkleverskost’...). Ook moet na het inpluggen van de wagen (systeem analyseert hoeveel batterij opgeladen moet worden aan welke snelheid), maar voor het opstarten van het laden, een aanduiding worden gegeven hoeveel een half uur, uur, 2 uur laden zal kosten (geïntegreerde pijs). Vervolgens kan de consument geïnformeerd akkoord gaan en het laden starten.

Een duidelijke geïntegreerde prijs behelst alle mogelijke kosten: prijs per kWh, parkeerretributie, extra kost per minuut, taksen...

Ook moeten de laadpaaloperatoren de nodige informatie over hun netwerk ter beschikking stellen aan de consument: up-to-date informatie, hoeveelheid, mogelijke betaalsystemen, exacte locatie, laadvermogen, real-time beschikbaarheid, gesloten/out-of-business etc.

Op basis van richtlijn 2014/94 is de verplichting opgelegd aan de lidstaten om de nodige regelgeving uit te werken om deze problematieken omtrent laadpaalinfrastructuur aan te pakken (omzettingstermijn 18 november 2016). Het is duidelijk dat in verschillende landen[1] dit niet tot de nodige resultaten heeft geleid (o.a. België en Oostenrijk[2]).

In het kader van de goede werking van de Interne Markt en de correcte omzetting van richtlijn vragen we dat de Commissie een onderzoek instelt naar praktische omzetting van de richtlijn in de lidstaten en of de beoogde doelstellingen gehaald worden. Mocht dit niet het geval zijn, vragen we de Commissie extra maatregelen te nemen om de Interne Markt te vrijwaren, de consument te beschermen en de uitrol van laadinfrastructuur te ondersteunen en te stroomlijnen.

Achtergrondinformatie:

Richtlijn 2011/83, art. 5 Informatieverplichtingen voor andere dan overeenkomsten op afstand of buiten verkoopruimten gesloten overeenkomsten:

Voordat de consument door enige andere overeenkomst dan een overeenkomt op afstand of een buiten verkoopruimten gesloten overeenkomst, dan wel een daarmee overeenstemmend aanbod is gebonden, verstrekt de handelaar de consument op duidelijke en begrijpelijke wijze de volgende informatie, indien die informatie al niet duidelijk is uit de context: c) de totale prijs van de goederen of diensten, met inbegrip van alle belastingen, of, als door de aard van het goed of de dienst de prijs redelijkerwijs niet vooraf kan worden berekend, de manier waarop de prijs moet worden berekend (overgenomen in art. VI.2 WER)

Hoe kan je betalen en wat kost het?

De tijd van de betaalkaarten is bij elektrisch rijden verleden tijd. Elke publieke laadpaal beschikt over een badge-lezer. Met een eenvoudige RfiD kaart- of sleutelhanger kan je een laadpaal activeren of je laadsessie stoppen. Slechts enkele laadpalen beschikken vandaag over een scherm waarop je het tarief van de elektriciteit kunt consulteren. Het is dus aangeraden om een app te gebruiken waar je vooraf kan controleren wat je zal worden aangerekend. Een regulatoir kader ontbreekt vandaag zoals bij het tanken van brandstoffen om de prijzen visueel zichtbaar te maken voor de consument. De meest gebruikte app’s zijn HeyEVBOX, Chargemap, Plugsurfing, Smoov, etc..

Elektriciteit heeft geen vaste maximum prijs zoals met brandstof aan de pomp. De duurste elektriciteit is residentieel in Vlaanderen (0,3€/kwh), in Brussel betaal je minder door het lagere aandeel groenestroomcertificaten  (0,2€/kwh). in Wallonie laadt je gemiddeld thuis aan 0,25€/kwh. Maar wie een dag/nacht teller heeft laadt zelfs in vlaanderen aan 0,19€/kwh. Dat is minder dan 4€/100km ofwel minder dan de helft van wat je aan de pomp betaalt vandaag. 

 Ook publiek laden hoeft niet duur te zijn. Het gemiddelde tarief bedraagt 0,31€/kwh aan de laadpalen van Fluvius. Uitzonderingen zijn snellaadpalen omdat je bovenop de elektriciteitsprijs ook een dure installatie hebt die toelaat om tot 5 a 15 keer sneller te laden. Hier betaal je een 0,6 a 0,7€/kwh wat gelijk is qua kost/100km als  aan de pomp. Maar deze gebruik je maar sporadisch voor lange afstanden gezien de meeste rijders thuis of op kantoor kunnen laden. 

https://www.egear.be/laadpalen-belgie/

Publieke laadprijzen zijn afhankelijk van de laadpaalbeheerder én van de laadpasaanbieder. Veelal wordt afgerekend op het aantal kWh stroom dat afgenomen wordt, op de laadtijd, of op een combinatie van beiden. Soms moet je ook een starttarief betalen voor elke nieuwe laadbeurt die je begint.

Over het algemeen kunnen we stellen dat de snelle publieke laadpalen (gelijkstroom via ChaDeMo of CCS) duurder zijn per kWh dan middelsnelle laadpunten (drie fasen wisseltroom via type 2 stekker).

Thuis laden kost in België 0,19€ tot 0,23€ per kWh, terwijl publiek laden gemakkelijk drie keer duurder kan zijn. Allego en Bluecorner bijvoorbeeld, rekenen vaak 0,69€ per kWh aan voor snelladen.

[1] BEUC; Making Electric Cars convenient, BUEC recommendations ; 10/05/2019

[2] Michael Soder; E-Mobilität, Eine Markt- und Preisanalyse für das laden an öffentlichen Ladestationen, augustus 2018

Meest gelezen
© 2020 Kris Peeters