Vandaag heeft Vlaams minister-president Kris Peeters de Nederlandse ambassadeur, mevrouw Pollmann-Zaal ontboden in het kader van de vertraging die wordt opgelopen in het dossier van de uitdieping van de Westerschelde.
Langs Vlaamse kant werd tijdig gestart met de nodige werkzaamheden, Nederland blijft tot op dit ogenblik evenwel in gebreke. De verplichtingen van beide partijen werden duidelijk vastgelegd in het Verdrag betreffende de uitvoering van de Ontwikkelingsschets 2010 Schelde-estuarium, dat in december 2005 werd ondertekend.
Minister-president Peeters is van mening dat Vlaanderen nu genoeg geduld heeft gehad. Bovendien lijdt Vlaanderen aanzienlijke schade door de niet-uitvoering van de afspraken door Nederland.
Het laattijdig opstarten van de Scheldeverdieping brengt een enorme maatschappelijke en economische kost met zich mee, die oploopt tot honderden miljoenen euro. Per jaar vertraging, kent de Haven van Antwerpen een economische kost van 70 miljoen euro. Naast deze materiële schade, komt ook het imago en de commerciële betrouwbaarheid van de haven onder druk te staan.
Minister-president Peeters heeft tijdens het gesprek met de Nederlandse ambassadeur, dat trouwens zeer positief en constructief is verlopen, de hoogdringendheid van de uitvoering van de gemaakte afspraken duidelijk gemaakt en hoopt dat Nederland op korte termijn het nodige zal doen om de verbintenissen alsnog na te leven.
Vlaanderen heeft de Nederlandse ambassadeur laten weten dat het zich genoodzaakt ziet de geschillenbeslechtingsprocedure uit artikel 10 van het Verdrag op te starten. Minister-president Peeters hoopt dat Nederland zal gebruik maken van de onderhandelingstermijn van 6 maanden, zoals voorzien in §1 van artikel 10, om tot een oplossing in dit dossier te komen.
| Bijlage | Grootte |
|---|---|
| Verlies_baten_door_uitstel.doc | 36 KB |
| Vrachtverkeer_in_Vlaanderen.doc | 27.5 KB |