TOESPRAAK DOOR VLAAMS MINISTER-PRESIDENT PEETERS
Als grootste Vlaamse beroepsorganisatie voor land- en tuinbouwers heeft de Boerenbond het in de laatste dagen en weken niet onder de markt gehad. De landbouwsector kreunt vandaag onder de crisis. Niet verwonderlijk, want een sector dat steeds met levend materiaal werkt, wordt altijd zeer zwaar getroffen. We weten dat het bijzonder moeilijk is om het aanbod op een zeer korte termijn bij te sturen in functie van een verminderde vraag.
In Vlaanderen en ook in de rest van België resulteerde dat in acties, en ik wil, mijnheer de voorzitter, meegeven dat ik positief ben over de manier waarop ze zijn gevoerd, omdat ze steeds met respect voor burgers en consumenten hebben plaatsgevonden.
De oorzaak van de vrij problematische situatie waarin wij ons met een belangrijk deel van de sector bevinden, is te wijten aan een sterk verstoorde marktsituatie op Europees- en op wereldniveau. Op dit moment ervaren wij nu de terugslag van de financiële en economische crisis op de voedselmarkten.
Zeker landen die sterk export gericht zijn zoals Vlaanderen, hebben het zwaar te verduren. Als we de landbouwsector beschouwen, dan zien we dat de boer-producent op korte termijn op bedrijfsniveau nog moeilijk antwoord kan bieden op de uitdagingen. Het productieapparaat is heel specifiek, en een lopende band kan je op elk moment stilleggen, maar melk- en vleesproductie niet!
Ook voor de overheid is dit een uitermate moeilijke situatie. De crisis legt een zware hypotheek op het economisch weefsel hier in Vlaanderen. U heeft ongetwijfeld ook wel de problematiek rond Opel-Antwerpen kunnen volgen. Maar daarnaast hebben ook heel wat andere bedrijven het moeilijk.
De Vlaamse landbouwsector wordt Europees gestuurd, en zodoende is het dus niet altijd gemakkelijk om op de noden van de lokale markt in te spelen. Het beperkt in zekere mate onze bewegingsvrijheid.
Zo heeft de EU-Commissaris van landbouw deze week een aantal voorstellen geformuleerd met betrekking tot de zuivelsector. Ze liggen in de lijn van de bespreking op de laatste EU-raad voor landbouwministers. Het voorstel om een vrijwillige opkoopregeling van quota te financieren door middel van een superheffing zullen wij nu bestuderen en er de mogelijke consequenties van inschatten. De landbouwsector is vooreerst een economische sector waarin boeren en tuinders hun bedrijfsvoering moeten uitbouwen en dus ook moeten kunnen rekenen op een duurzaam beleid vanwege de overheid. Ik ben dus absoluut geen voorstander om de spelregels nog te veranderen binnen het lopende melkjaar.
Dit belet niet dat wij voor de zuivelsector, maar ook voor alle andere sectoren, op Vlaams niveau al het mogelijk doen om de noden op de bedrijven te verlichten.
Wij hebben daartoe, in overleg met de Boerenbond en de andere landbouworganisaties - die ik overigens wil danken voor hun constructieve inbreng, een herstelplan opgemaakt.
Het zou ons te ver leiden om het hier helemaal toe te lichten. Ik verwijs hiervoor onder meer naar de vakbladen waarin daarover al gepubliceerd werd.
Ik wil er echter wel 2 belangrijke elementen uithalen:
1. Vooreerst het VLIF. Blijkbaar worden er berichten de wereld ingestuurd met als boodschap dat de middelen al op zouden zijn. Ik wil dit ten stelligste ontkennen.
Omwille van de globale budgettaire toestand heeft deze regering bij haar aantreden de begroting tijdelijk geblokkeerd om een ontsporing te voorkomen, maar na de begrotingscontrole wordt deze zeer binnenkort opgeheven. Er konden hierdoor gedurende enige tijd geen nieuwe dossiers beslist worden. Maar de betalingen voor 17.400 lopende VLIF-dossiers zijn correct en volledig blijven doorlopen!
Ik wil er bovendien op wijzen dat wij binnen het VLIF net extra inspanningen gedaan hebben om bedrijven meer ruimte te geven. Wij hebben een aantal steunbedragen vervroegd uitbetaald en aan landbouwers de kans gegeven om de steun die normaal pas in 2010 zou worden uitbetaald, nu reeds te laten uitbetalen. In totaal is dat goed voor een bedrag van 10,7 milj € bovenop de normale betalingen. Bovendien hebben wij bij de vleesveehouderij de rem van de grondgebondenheid laten vallen en is voor de melkveehouderij de proportionele steun ingevoerd. Het investeringsritme in de sector, blijft, ondanks de crisis, inderdaad vrij hoog. Maar we moeten daar blij om zijn. Het VLIF is een belangrijke pijler uit ons beleid naar boeren toe en wij zullen al het mogelijke doen om dat ook zo te houden.
2. Ten tweede geeft de Commissie ons de mogelijkheid om de toeslagrechten die normaal pas vanaf 1 december mogen worden uitbetaald, vervroegd uit te betalen.
Ik kan U hierbij formeel toezeggen dat wij maximaal van deze mogelijkheid gebruik zullen maken. In de tweede helft van oktober, en liefst zo dicht mogelijk bij de datum van 16 oktober, zullen wij ongeveer 170 mijl € aan voorschotten op de toeslagrechten en de dierlijke premies uitbetalen.
Geachte aanwezigen,
Ik besef dat hiermee niet alle problemen opgelost zijn, maar ik hoop dat wij hiermee toch kunnen zorgen voor bijkomende liquiditeiten voor bedrijven in het najaar. Hoe moeilijk het vandaag ook is voor vele sectoren, we weten dat de crisis een tijdelijk fenomeen is. De glastuinbouw zou nog zware klappen kunnen krijgen bij de opstart van het kweekseizoen, maar andere sectoren, zoals de pluimveesector doen het gelukkig heel wat beter.
De crisis opent wel onze ogen en doet ons beseffen dat Vlaanderen vandaag ook te maken heeft met een aantal structurele problemen.
In een vrije markt zijn bedrijven erg kwetsbaar. Bovendien neemt de internationale concurrentie steeds meer toe. Ondernemerschap, flexibiliteit, innovatiekracht moeten steeds meer onze hefbomen worden als we onze welvaart en ons welzijn willen behouden. Ook in de landbouwsector. Men zal dus goede technische resultaten moeten halen en men zal meer dan ooit een “manager” moeten zijn. In het Weekblad ‘De Boer’ heeft ondervoorzitter Peter Broeckx, het in zijn kolom over ‘eerst beter, dan groter’. Het is een terecht opmerking en er schuilt hier ongetwijfeld een opdracht in voor de overheid en sector om onze boeren en tuinders nog beter op te leiden en te wapenen tegen nieuwe marktomstandigheden.
Mijnheer de voorzitter, beste vrienden,
De uitdagingen voor deze sector zijn bijzonder groot. Maar ze zijn niet onoverkomelijk. We mogen geenszins bij de pakken blijven zitten.
Het ondernemerschap van onze boeren en tuinders, de kwaliteit die wij leveren, de structuur van onze bedrijven, de flexibiliteit en de drang om te innoveren, het wetenschappelijk en toegepast onderzoek ,.... het zijn stuk voor stuk troeven die wij hebben en maximaal moeten uitspelen.
De toekomst voor deze sector ligt ongetwijfeld in een intensieve maar duurzame landbouw, wat meteen ook karakteristiek is voor het unieke karakter van de Vlaamse landbouw. Het is ook dit soort landbouw dat wij zullen verdedigen op het Europese en op het wereldforum. Ons Europees landbouwmodel verdient immers krachtige en overtuigde pleitbezorgers.
En ik ben ervan overtuigd dat hier vandaag vele fervente verdedigers deze dag van de landbouw opnieuw tot een succes zullen maken. Het is opnieuw een unieke gelegenheid voor onze landbouwbedrijven om een stap dichter bij de burgers - en tevens de consumenten - te komen en hen te overtuigen van de unieke, verse en smakelijke producten.
Ik wens u van harte een mooie dag toe. En mocht dit meteen de aanzet zijn tot beter vooruitzichten op de markten, dan kijken we samen de toekomst hoopvol tegemoet.
Aan de inrichters en de deelnemende bedrijven hier, maar ook elders in Vlaanderen, proficiat met jullie initiatief en ik wens jullie veel succes!